30_maart_2015_1.jpgton2999c.jpgDSCI2741.jpg9_april_2015_2.jpgIMGP2380.jpg2013_33.jpg101_2000.jpgDSCI0931.jpgDSCI4346.jpgAnta_2007_44.jpgDSCI5297.jpg6_mei_2015_45.jpg27_feb_2015.jpgschelde__2.jpgDSCI1917.jpg28_april__2015_2.jpgBILD0331.jpgDSCN0104.jpgDSCN0165.jpgDSCN0166.jpgscaldis_1.jpgDSCI1958.jpgDurme_12.jpg6_mei_2015_46.jpgDSCN0110.jpglotus.jpg12_maaret_2015_1.jpgboot01.jpgBrug290302a.jpgsch_1maart04_2.jpgHPIM2518.jpgDSCI4961.jpgIMAG0243.jpgDSCN0109.jpgDSCI1670.jpgDSCI4842.jpg30_maart_2015_2.jpgDSCI1969.jpgDSCI1863.jpg101_2371aa.jpgDSCN0102.jpgDSCI355448.jpg17_mei_2015_3.jpg17_mei_2015_1.jpgBILD0141.jpgDSCI355417.jpgDSCI1901.jpgDSCI4336.jpgveerboot_Hemiksem_BAzel_2.jpgDSCI4612.jpgDSCI1909.jpgdscn2261.jpgDSCI2725.jpgPICT0143.jpgDSCI4548.jpg12_maaret_2015_2.jpgDSCI4356.jpg17_mei_2015_6.jpg20_april_2015.jpgDSCI2162.jpgst_amands_1aa.jpgDSCI4492.jpgDSCI4979.jpg2013_34.jpgcementschip01aa.jpgDSCN0097.jpgDB17b.jpgBoot_2004-7-5_00023.jpg12_maaret_2015_3.jpgschelde__3.jpgDSCI1935.jpg21DSCI2737.jpg

Zoeken

In de 11E eeuw sloeg de Schelde de dijk van Moerzeke tegenover het huidige Branst door, groef nieuwe vlieten en kreken in de polder,
rukte voor Tielrode de Durmedijk weg en sneed aldus Weert van de Waasmunsterpolder af.


Tweehonderd jaar zal zij dit eiland omvangen met twee machtige armen. Ook van de Polder van het huidige Sint-Amands sneed zij een stuk.
Haar oude loop ligt nog altijd te dromen achter de dijk van Castel.
14/12/1287
In de nacht van 14 december 1287 werd ons land door zulke zware stormvloed getroffen dat, volgens de kroniek uit die dagen, ongeveer vijfduizend mensen de dood in de golven vonden.
23/11/1334
De stroom liet echter niet begaan. In 1332 brak hij de nieuwe dijk door.
Twee jaar later golfde de geweldige St.Clemensvloed (23.11.1334) het Scheldegebied binnen. "Veel prochiën, menschen en de beesten verdroncken", zegt een kroniek.
1338
Een storm die in 1338 over Saeftinghe en noordelijk Waasland
raasde.
1357
Een grote overstroming in de polders op 25 december 1357.
1374
Een zware stormvloed op 8 oktober 1374 in het Land van
Beveren.
1377
Op 19 november 1377, toen in Vlaanderen Lodewijk II van Maele regeerde, vond er een zware overstroming plaats.
De ramp van 1377 waarbij negentien dorpen in Saeftinghe en
het Land van Beveren het hard te verduren kregen.
1394
Op 22 januari 1394 werd het Land van Beveren door een felle
storm geteisterd.
19 november 1404
Tot dat de ontzettende aalvernielend vloed van 1404 het stroomgebied boven Antwerpen helemaal wijzigt.


1421
Niet alle rampen zijn nauwkeurig in de kronieken opgetekend, maar veel is bekend geworden omtrent de vreselijke catastrofe
de St. Elisabethvloed die het land in de nacht van 18 op 19 november 1421 trof.
Een harde noordwester storm die uitgroeide tot een orkaan, scheurden de dijken open en honderden mensen verdronken in het opgezweepte water.

1493
Zware stormvloed en nieuwe ramp in  1493.
1509
Zware dijkbreuken noteert men te Bornem in 1509, 1530, 1536.
De noodlottigste was wel deze van 13.01.1552. De plaats van de doorbraak heet in de volksmond nog Bornemgat. Vijf jaar lang heersen de getijden over de polder van Eikevliet tot Branst.

Te onthouden uit de zestiende eeuw zijn deze overstromingen:
1511 in het Land van Saeftinghe; 8 februari 1526 in het Land
van Beveren. 16 januari 1551 in Borgerweert (Burcht-Zwijn-
drecht).

 
1530
In 1530 bracht de St. Felixvloed, dood en vernielzucht, onder de bevolking.

Graaf van Egmond zag de dijken niet alleen als bescherming, maar zag er ook een middel in om land te winnen.
In de zomer van 1546 liet hij een gedeelte omdijken en droogmaken. Voor het droogmaken maakte hij gebruik van watermolens,
die toen nog maar schaars werden toegepast (Graaf van Egmond werd op de Grote Markt te Brussel,  op last van koning Philips II in 1568 onthoofd)

Na het bouwen van de Scheldedijken kon de bevolking zich te Berlare op lager gelegen bodem vestigen en zich beter toeleggen op de landbouw.
De dijken brachten een grote vooruitgang maar werden ook de oorzaak van grote onheilen.
Het land van Dendermonde heeft altijd veel te lijden gehad aan overstromingen. Onze gemeente bleef weliswaar enigszins van grote rampen gespaard.

1555 overstromingen Berlare en omstreken.
In de annalen is maar eens spraak van een catastrofale overstroming : in 1555 moest een groot deel van de bevolking met vee en voedsel vluchten naar hoger gelegen landen.

Zoals voor de straten en de wegen waren de aanpalende eigenaars verplicht de dijken in goede staat te onderhouden.
De toestand ervan werd regelmatig door de baljuw en de andere wethouders gecontroleerd.
De broeken stonden onder de onmiddellijke controle van broekmeesters.

Op 6 februari 1570, met de Allerheiligenvloed, hadden buitengewone overstromingen, plaats. Dendermonde was er erg aan toe.

In 1590 waren de Scheldedijken zo slecht dat men dijkbreuken vreesde te Berlare, Zele, Moerzeke en  Hamme. Te Uitbergen  werden herstellingen uitgevoerd.
1613
Geweldige vloed in 1613

1630
In 1630  viel een gat in de dijk aan het Kroontje.

1643
Op 3 januari 1643 deed zich een buitengewone hoge vloed voor in het Baarbroek. De dijk op het Sluis was doorbroken en de parochie werd bedreigd om gans overstroomd te worden.
De bevolking spande zich in om een andere doorbraak in het broek te voorkomen. Er waren wagens, paarden, schoppen en spaden bij te pas.
De arbeid werd niet vergoed omdat het aanzien werd als een "gemeenschappelijk alarm".

In januari 1651  heeft de parochie veel geluk gehad. Men vreesde erge dijkbreuken. De wethouders deden een speciale oproep om de dijken te maken.
Aan het Kroontje had zich een doorbraak voorgedaan.
In 1668 en 1669 werd aan de dam van het Saros gewerkt.
In 1674 werd de dijk van het Vrouwmeers hersteld.

In de maand juni van 1677 werd in de Wichelse dijk een gat gestopt om de overstromingen van de meersen te bestrijden.

In mei 1678 kwam LODEWIJK XIV met zijn leger Dendermonde belegeren. Zoals elders vermeld werden de omliggende parochies verplicht de dijken van de Schelde door te steken. 
Het inzicht was de stad met water te omringen en haar inname te verhinderen. De list lukte maar ten koste van welke offers voor de gemeente.
Te Berlare werden 2 gaten in de dijken gestoken. Het eerste nevens de sluis op de noordzijde van Appelsveer en het tweede ten zuiden van het veer.

Aangezien het doorsteken van de dijken door de heer Alveda gouverneur van Dendermonde bevolen werd en tot doel had de stad te beschermen,
zal men trachten het bestuur van het land van Dendermonde, aan te spreken. In 1668 werd inderdaad een subsidie van 200 gulden toegekend aan Berlare.
In het jaar 1678 was de Schelde van 26 december tot 26 februari dicht gevroren ( 9 weken).


1680
1680: De dijken zijn te Moerzeke doorbroken en de ramp heeft aanzienlijke schade veroorzaakt.
De hoofdschepenen van het land van Dendermonde vonden het redelijk dat alle gemeenten van het land in de herstellingen zouden bijdragen.
Dit was nieuw in de bestaande wetgeving. Tot nu toe was de wet "elk voor zich zelf" van toepassing.
 
1682
In 1682 had een "hoogen sprinckvloedt" plaats.

1687
Het springtij van 22 november 1687 zaaide dood en vernieling onder de mensen te Moerzeke. Op de plaats 't Groote Gat brak op 26 januari 1692 de scheldedijk in Doel door.
Ook Melsele had erg te lijden onder de overstroming en verderop in het Waasland, in Tielrode en Moerbeke bv. stroomde het water ook in gulle geuten het land binnen.

1707 : In de dijk aan de Kroon is een gat gevallen.

1708 : De dijk aan de Konkel was doorbroken. De herstelling kostte ongeveer 72 pond.

Het was een harde winter in 1709. De Schelde bleef tot maart dichtgevroren en men kon te voet over de stroom wandelen.
In de Schelde te Schellebelle bleven verschillende oorlogsschepen vastgevroren liggen.
De kronieken van Dendermonde deden het volgende relaas van deze strenge winter. "Het is gruwelijk beginnen te vriezen. Op 3 dagen tijd was de Schelde dichtgevroren.
Er vervroren mensen op straat.
Het vroor nog steeds op 17 januari. Men reed met wagens en paarden over de Schelde. De dooi begon op 24 en 25 januari. Nadien begon het opnieuw te vriezen, te sneeuwen en te waaien.
Het vroor tot begin maart. Op 8 maart was het ijs weg en konden de schepen varen. Tussen 11 en 12 maart herbegon het te vriezen en op 15 maart kon men terug op het ijs lopen en
de Schelde te voet oversteken. Dezelfde dag begon een zachte dooi."

Tussen 26 en 27 februari 1713 woedde grote stormwinden.
Te Grembergen deden zich 4 doorbraken in de dijken voor : de eerste in de "nieuwe" kraag; de doorbraak had een breedte van 150 voet, de tweede nabij Dendermonde;
ze had een breedte van 50 voet, de derde aan de Zeelse dijk, die was 40 voet breed en de vierde omtrent de "Klippeleire gote" aan de grens met Zele;
deze had een breedte van 120 voet, maar bij laag water was de put 20 voet diep.

Gans Grembergen overstroomde. De inwoners waren verplicht zich op hun zolders terug te trekken of met de dieren buiten de gemeente te vluchten. De inwoners waren totaal geruïneerd.
De gemeenten Zele, Hamme en Moerzeke hadden ook te lijden van dezelfde overstromingen.

1715
Springvloed op 3 maart 1715. Behalve de polders op linkeroever, Tielrode en de Roosenbergabdij in Waasmunster
werden ook Rupelmonde, Bazel en Kruibeke door het water gehavend.
Op 8 augustus 1718 waren de dijken dan eindelijk hersteld.

1716: Dijkbreuk aan de Kroon. De kapel werd weggespoeld; ook de kerk leed grote schade.
In januari 1717 deden zich dijkbreuken voor in het Aubroek aan het Veer, het Kroontje en in het Scheldebroek.


1727
In hetzelfde jaar, op 11 november 1727 was de dijk achter Appelsveer doorbroken. De schade was aanzienlijk. Er kwamen graszoden, stro, riet, steen, kalk, hout, mutsaarde en brandewijn bij te pas.

 

Op 20 oktober 1736 brak de dijk door tussen het "Stroyenhuyseken" en het veer. Het gat werd onmiddellijk gestopt.
27 oktober : hoge vloed.
1737: 4 januari : doorbraak van de dijk van het Scheldebroek.

De 16 de februari 1740 brak de dijk door aan het Veer. Ten gevolge van deze overstroming werd voor voedselschaarste gevreesd.
Op de Paasdagen (28/29 maart) moest men nogmaals wacht houden op de dijken. Dezelfde zomer deed men de herstellingen op de Kwade Dijk.

Op 22 januari 1741 brak de dijk achter het Veer door.

Op 20 november deed zich opnieuw een dijkbreuk voor op het veer.

1742 : Hoge vloed op 17 februari, wacht gehouden op de dijk.

Op 2 februari viel ook een gat in de dijk op het Saros. Men was verplicht een kraag rond de gevallen put te bouwen.

1764 : Op 13 maart braken de Scheldedijken door te Moerzeke. In Berlare luidde de noodklok. Men moet de Zelenaars weer in het oog houden. In de Daal viel een gat in een dijk; het was niet erg.

1770 : Rechttrekken van de Scheldedijk aan het Scheldebroek, en tussen Schoonaarde en Appelsveer.

1783 : Het vroor van 8 december 1783 tot 21 februari 1784.  Op 29, 30 en 31 december waren het de koudste dagen; de Schelde was toegevroren. In die periode vroor de Schelde maar zeldzaam dicht.

1799 : De Neerdijk in het Baarbroek brak in januari door. Berlare werd grotendeels overstroomd.
1837
In 1837 brak de dijk op Borgerweert door (februari)
1839
in 1839 was er op 4 en 5 juni een grote dijkdoorbraak in
Bazel.

Op 12 maart 1906 werden vooral Hamme en Kallo-Melsele door
dijkbreuken getroffen. Drie mensen vonden de dood.
  
OP 12 maart 1906 braken bij een springvloed de dijken door te Moerzeke met het gevolg dat uitgestrekte gebieden van Hamme, Moerzeke en Grembergen onder water kwamen.
Ook Sint-Anneke was overstroomd. Deze waterramp die een onbeschrijflijke misère en ellende teweeg bracht, zou twee maanden aanslepen.
Tijdens een onverbiddelijke stormnacht begaf de Schelde¬dijk het in het stille landelijke Moerzeke. In enkele minuten stonden al de laaggelegen delen van de gemeente blank.
Met man en macht werd getracht een voorlopige nieuwe dijk te bouwen. Terwijl de afgezonderde bewoners werden geëvacueerd door de brandweer,
terwijl hulpkorpsen loopbrugjes aanlegden en mensen in het klooster werden ondergebracht, bleef het water stijgen.
Het paradoxale in gevallen van watersnood deed zich ook hier gevoelen: een tekort aan ... water. (Drinkbaar water.)

1906
In november de 17 van 1906 de viel te Zele-Dijk ter hoogte van het veer Zele - St-Onolfs een gat aan de sluis rechtover "Het Schipken",
uitgebaat door het gezin Alfons Temmerman - Odile van Assel.
Door de kracht van het water spoelde de voorgevel gedeeltelijk weg waarbij de kruidenierswinkel en de kelder volledig verdwenen.

1915 Zele
Op 16 januari 1915 zijn, volgens het dagboek van Eugéne Burm, "twee gaten gevallen aan " 't Scheldebroek" naar " 't Strooien Huisje" toe, waarbij een gedeelte van Avermaat en
Meerskant onder water liepen. Ook de Kleine Dijk kreeg zijn deel van de waterellende.

1916 SINT-ONOLFSPOLDER

Midden de oorlogsjaren, meer bepaald in 1916 werden Appels en Dendermonde geteisterd door een waterramp.
De kernen van beide gemeenten werden gespaard maar het Sint-Onolfsbroek kreeg het hard te verduren.
De Scheldedijk te Appels was reeds jaren zwak gebleken en nu zou de springvloed hem doodgewoon wegvegen.
Schooltje, kapel en huizen kwamen blank te staan en de ter plaatse gebleven dijkbewoners moesten een onderkomen zoeken op hun zolderkamertjes.
De vruchtbare gronden waren totaal verwoest. Op het water dreef de huisraad, het hooi, hout en riet. Met man en macht trachtten de dijkenaars de herstellingswerken uit te voeren.
Deze overstroming van 1916 was de zwaarste uit een reeks van drie. In '14 en '15 had de Schelde ook zijn duivels ontbonden maar toen kon de bres gauw gedicht worden
door een boot van 5 ton voor de opening te loodsen.(in 1914) In 1915 bleef het voetstuk van de dijk overeind.
Met honderden vrijwilligers werd gewerkt om de dijk zo hoog mogelijk te maken tegen het opkomende wassende tij van 's avonds.

Voor meer inlichtingen ga naar: Overstroming Appels in 1916.

1917 Berlare
Een zwarte periode betekende 1917 toen een dijkbreuk de veerdam, veerpont en het veerhuis overspoeld en vernietigde, van het veer van Appels-Berlare L.O.

1925 hadden hele streken in Vlaanderen dagenlang blank
gestaan. De ellende was begonnen met een striemende
westerstorm op Kerstdag. Een van de wispelturige bijri¬vieren
van de Schelde, de Dender, trad op slag buiten haar oevers
en zette verscheidene buurgemeenten van Dendermonde, zoals
Grembergen,  Appels, Sint-Gilles en Lebbeke blank.
 
De Durme, die door de Kelten ooit te onstuimige werd genoemd, kon al evenmin de plotse vloed aan en overspoel¬de heel Lokeren en Hamme.
 
1928
Op 6 november 1928 krijgt hij een nieuwe woedekramp. Zijn wateren gutsen over de hoge dijken van alle polders. Er eerste een enorm stormweer.
Om 4 uur's nachts sloeg het stormweer een bres in de dijk van de Roggeman en aan de Blancquart in Moerzeke.
De bres, die in het begin een zevental meter breed was, breide zich uit door de paniekstemming onder de bewoners, tot 135 m. voor men aan de bres begon te werken,
bij een diepte van meer dan vijftien meter. Ook ter hoogte van de Gijvenstraat werd toen een bres (12 meter) geslagen.
Het duurde tot midden april 1929 voor de bres gedicht was. Van de 120 huizen op de Bootdijk bleven er slechts twee bewoond.

Gespoelde Put.
De verwoesting was enorm. Vlakbij de dijk had het water een put geslagen, die even diep was als de Schelde.
Oorspronkelijk was de gespoelde put twaalf meter diep. Daar stootte het water op de laag Boomse klei. Nu nog is de put anderhalve hectare groot en op de diepste plaats negen meter.
Het water spoelde stukken turf uit die bijna zo groot waren als de omvang van een leefkamer.  Tot midden april 1929 duurde het eer de bres gedicht was.
Men klopte palen met de hand in de grond en brachten zandzakjes aan. In Weert vlochten Moerzekenaren 25 bij tien meter grote matten in wijm.
Bij laag tij werden die in het gat gesleept en van op een schip gooide men met de hand zinkstenen op de matten.
De stroming was echter zo sterk dat veel matten in het broek dreven. Op een bepaald ogenblik vloog de sleper mee de polder in.

1930
Op 23 november 1930 viel er weer een gat in de Scheldedijk. De bres was twintig meter breed. Enkel het bovenste gedeelte was van de dijk gespoeld.
De twee of drie meter afgespoelde dijk werd, dank zij een regiment soldaten, in een dag gedicht. Zoniet had Moerzeke opnieuw  "26 november 1928 beleefd".

Ook werd de dijk doorbroken ter hoogte van "'t Strooien Huisje" en aan de (kille), tegenover "Het Schipken"
Tegen de boerderij van Thienpondt werd eveneens, in een zwakke plek van de dijk, een bres geslagen op de plaats waar momenteel de watersportvereniging "Costa Zela" gevestigd is.

1936/1936
De streek van Hamme stond onder water op 23 november 1930 en
ook in 1936 


1953
Sint-Ignatiusvloed
In de genadeloze stormnacht van 1 februari 1953 wordt ook het Scheldebekken getroffen.
In de bocht van de Schelde te Vlassenbroek kunnen de dijken, de schokbrekers van springtij en noordwesterwinden, de catastrofe niet vermijden. Zie verder
In Vlaanderen en vooral Nederland werden honderden mensen verzwolgen door een stormvloed.

1954
In Lokeren streden ze in 1954-1955 tegen het overstromingsgevaar: er werd een vaste dam aangelegd nabij de Oude-Brug en een stuw aan Daknam.

1966
Op 16 november 1966 overstroming in Waasmunster.

1973 
Temse kreeg zijn deel op 16 december 1973.

1974
Op 26 november 1974 werd het Scheldebekken verrast door een zeer hoge tij met het gevolg dat op verschillende plaatsen breuken werden gemeld in de dijken.
Aan "De Kroon" viel een groot gat in de buitendijk.
En op 14 december 1974 werden in Temse drie bressen geslagen, wel honderdveertig woningen leden heel wat waterschade.
Tielrode en Rupelmonde werden door het wassende water gehavend in januari 1976 en in november 1977 werden er in
Tielrode weer bressen in de dijk geslagen.

1976

In januari 1976 werd Vlaanderen opnieuw door een water¬ramp getroffen. Uit Ruisbroek, Walem en Battel moesten mensen worden geëvacueerd.
Het was vooral de Vliet die woest tekeer ging en ook toen kwamen hulpacties op gang.  
De catastrofe van 1926 zou nog eenmaal worden geëvenaard in de nacht van 1 februari 1953.
 
Meteorologen oordelen echter dat de ramp van 1953 andere oorzaken kende dan deze die het land nu treft.
Toen werd door een hevige noordwestenwind en regen het water vanuit de zee landinwaarts gestuwd. 
Nu ligt de oorzaak vooral bij aanhoudende regen die door de rivieren niet kan worden verwerkt. 
Moest het echter plots vanuit noordwestelijke hoek fors gaan waaien, dan zou de toestand helemaal niet meer te overzien zijn.

Overstromingen  3 januari 1976 te Moerzeke
Baasrode stond gedeeltelijk blank en in Moerzeke was het niet beter. De zware stormtij sloeg, in amper dertig minuten tijd, niet minder dan vier bressen in de Scheldedijk.
Tienduizenden vierkante meter serren stonden blank.
.In het Naillenbroek werd een gat van 40 m. breed gelagen.
Aan het stort deed zich een verzakking voor, bij de "gespoeldeput ( overstroming 1923 )" liep het water over de dijk, terwijl ter hoogte van "'t Zwijn" een gat werd geslagen van 18 m. breed.
De grond werd er tot op een diepte van 20 m. weggespoeld. Tussen Sint-Amandsveer en de Kleine Wal werd een gat geslagen van niet minder dan 70 m.
Te Waasmunster - Sombeke.
Op de wijk Wareslage liepen, door een gat in de Durmedijken, 12 huizen onder water.
Te Zele.
Werd een bres geslagen in de Scheldedijk zaterdagavond omstreeks 19,15 u. De preventieve maatregelen die door de plaatselijke verantwoordelijke werden genomen, bleken dan ook nuttig te zijn.
Het gat werd geslagen aan de splitsing van de Dijkstraat en de Heirbaan en was ongeveer 5 m. breed. De schade is echter beperkt. De bres kon bijna dadelijk gedicht worden.

Te Tielrode.
Ging het er erger aan toe. Aan de oude scheepswerf werd door het opkomende water een gat geslagen in de muur aan de kade.

Het water stroomde over de werf, liep door een droogdok en drong langs daar tot in de tuin van het klooster van de zusters van Vincentius a Paulo door.
Het klooster staat op de hoek van de Kaai en Dorpsstraat. De tuin van het klooster grensde achteraan aan de reeds genoemde scheepswerf.
In een minimum van tijd stond het water een meter hoog en ook de schoollokalen van de zusterschool kwamen onder water.
Dit gebeurde omstreeks 17,45 u. Een van de zusters ging op dat ogenblik juist het poortje van de school sluiten.
Ze hoorde toen een geweldig gekraak, gevolgd door het klotsen van water en kon zich nog net op tijd uit de voeten maken.


Te Rupelmonde.
Was de overstroming zaterdagavond zeer erg. In de dijk tussen de Graventoren en de scheepswerf werd een bres geslagen van minstens 30 m. breed.
Het water stroomde in de Neerstraat, de Gelaagstraat, Veerstalstraat en veroorzaakte enorme schade.

1977
in november 1977 werden er weer bressen in de dijk van
Tielrodebroek geslagen.

1983
Bij de springtij in de nacht van 4 februari 1983 liepen de Scheldemeersen totaal onder, nadat in de zomerdijk tientallen kleine gaten werden geslagen. Alles beperkte zich tot de potpolder.
Veer Berlare, stormtij van 2 februari 1983.

1990
Ook tijdens de Krokusstormen van 1990 werden de Scheldemeersen in een grote watermassa herschapen.

1999 Overstromingen te Melle, Heusden en Destelbergen

Ten gevolge van hevige aanhoudende neerslag van 23 tot 25 december 1999 en de voortdurende neerslag in het begin van de maand en het hoge aanvoerdebiet van Leie en Bovenschelde via Gentbrugge richting Zeeschelde werd Melle, Heusden en Destelbergen, getroffen door wateroverlast. Door en het optreden op 27 en 28 december 1999 van de hoogwaterstanden in de Schelde van cota 7,10 TAW. te Gentbrugge, werden drie grote en verschillende kleine bressen geslagen in de dijk.


Het is een vaststaand feit dat het gemiddelde peil van het Scheldewater reeds vier decennia lang stijgt over de ganse stroomlengte.
Maar verontrustend voor de streek is wel dat deze stijging in het land van Dendermonde hoger is dan elders.
De hoogste waterstand verplaatst zich op de Schelde van Antwerpen uit opwaarts naar de Durmemon¬ding toe.
Enkele cijfers als bewijs.
Bij het hevige stormtij van 1 februari 1953 bereikte het Scheldepeil te Dendermonde cota (6.83).
Bij het stormtij van 3 januari 1976 klom dit peil op tot cota (7.04)
en bij het allerlaatste stormtij van 31 januari 1983 dat lang niet de hevigheid had van het stormtij van 1 februari 1953 werd een cota (7.20) genoteerd.
Dit was meteen de hoogst vastgestelde cota aller tijden waarbij het Scheldepeil te Dendermonde hoger lag dan te Antwerpen.


OVERSTROMINGEN IN DE DURMESTREEK

De Durme, in de streek van Hamme en Zele, is al ettelijke decennia een zorgenkind geweest.
Rond de periode van de herfststormen, wanneer een felle noordwestenwind veel water in de Durme stuwt, en wanneer dit verschijnsel samenvalt met springtij,
worden er altijd problemen aan de Durme verwacht. Veelal lopen grote gedeelten van Zele-Durmen en Hoek onder water, tengevolge van een overlopende Durme.
Als die drukkende watermassa te hevig wordt, ontstaan op de zwakste plaatsen dijkbreuken. De sterk kronkelende Durme heeft zo meerdere probleempunten.
Soms worden aanzienlijke gaten geslagen in de smalle dijken en moet men de grote middelen aanwenden om de bressen te dichten.
In de maand november van 1936 liep de overstroming uit op een regelrechte ramp.
Enorme delen van Hamme, Hamme-Sint-Anna, Waasmunster en het noordelijke gedeelte van Zele stonden onder water. Tweemaal per dag stroomde het Durme¬wate,
gestuwd door een stormachtige noordwestenwind, door de bressen. Grote oppervlakten van Durmen en Hoek stonden blank en talrijke huizen en landbouwbedrijven waren van de buitenwereld afgesloten.
Op het Zeelse grondgebied werden drie bressen geslagen en kreeg de grillige rivier met haar kolkende water, buiten haar oevers vrij spel.

  
TEMSE
Naast de voordelen heeft Temse ook de nadelen van de ligging aan de Schelde ondervonden.
Geregeld werd het door overstromingen geteisterd.
In de twintigste eeuw waren er vier grote overstromingen: 1906, 1930, 1953 en 1973.
Aan de gevel van het huis nummer acht op de Wilfordkaai bevindt zich een arduinsteen waarin de hoogten van de overstromingen zijn aangeduid. (1m 35 in 1906 en 1m 53 in 1953)
Verscheidene huizen aan de kaai zijn aan deuren en ramen voorzien van richels, "overstromingsschoven" geplaatst.
Versterkt met zandzakjes vormden zij een primitieve bescherming tegen wateroverlast.
In het kader van het Sigmaplan werd de kaaimuur tussen 1973 en 1976 verhoogd.
Sindsdien is Temse van overstromingen gespaard gebleven.
  
OVERSTROMINGEN BORNEM WEERT

Ondanks de dijken blijft het overstromingsgevaar bestaan.
Hieronder enkele jaargetallen die bekend zijn omwille van een overstroming:
1551: een doorbraak in het Spierbroek in Bornem vormde de twee Kragenwielen. Het groot Kragenwiel is ongeveer 3ha groot.

1554: dijkbreuk in Hingene, die ook de oorzaak was van het ontstaan van de "Wielen" in Hingene.(een Wiel is een waterput of vijver)
1572: nogmaals een dijkbreuk in Hingene, toen werd de eerste Generale Dijkagie opgericht.
1682: dijkbreuk aan de Rupelkant. Ruisbroek werd over¬stroomd.
1695-1697-1745-1746: de sluizen worden door soldaten geopend zodat er op verschillende plaatsen overstromingen waren.
1820: nogmaals dijkbreuk aan de Rupelkant. Ruisbroek was drie maanden volledig afgesloten door het water.
1825: op 5 februari is de zeedijk te Wintam doorgebroken, gans de polder van Weert overstroomde en de huizen van de gemeente verdwenen onder het water.
De inwoners van Weert konden enkel aan de dood ontsnappen door te vluchten.
Pas op 6 april, na de overstroming, konden zij weer hun woning betrekken.
1914: Om de Duitsers tegen te houden wordt Weert onder water gezet.
1953: jaar van de "Grote Overstroming" die in Nederland heel veel leed veroorzaakte.
Ook in onze streek werden er op 1 februari meer dan twintig bressen geslagen in de dijken van de Generale Dijkagie.
Een bres in de Rupeldijk te Wintam werd 75 m breed; ze kon pas op 10 april worden gedicht.
Weert bleef gespaard dankzij het onverdroten werk van de Weertenaars die vooral veel last ondervonden om de weg Bornem-centrum naar Bornem-sas te versterken.
Een steen in de gevel van het gemeentehuis herinnert ons aan de bewonderenswaardige ijver van dat jaar.
1961: op 21 maart begaf de eerste sluisdeur van het sas van Bornem terwijl de tweede onvoldoende gesloten was, waarschijnlijk omdat een boomstam ze onder water blok¬keerde.
Als een waterval stortte de vloed zich in de Oude Schel¬de. Een gedeelte van Rijkenbroek (Bornem) en Stampershoek (Weert) stond blank.
1976: de grote overstroming in Ruisbroek waar de Vliet een dijkbreuk veroorzaakte.
Op enkele minuten tijd stond er anderhalve meter water in heel Ruisbroek. Ook Walem (Rupel), Heffen (Zenne) en Moerzeke (Schelde) ondervonden last van overstromingen.
In Ruisbroek werd het dichten van de bres fel bemoeilijkt omdat de dijk er zo smal is dat een vrachtwagen er niet overkan. Dit jaar werd Weert gespaard van overstromingen.
DIJKBREUKEN

Informatie:
Moerzeke-Kastel
1702, 1750, 1824, persoonlijk archief,  F. Van Hoey
Archief  juffr. Van De Maele
Gemeente archief Moerzeke
Gegevens kaart A. Galland
Archief Grembergen
Eeuwige Schelde
Oud en heemkundige kring Zele
Wij en het water